Efficiëntere radiotherapie-zorg dankzij snellere informatie-uitwisseling

De afdeling Radiotherapie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) kan dankzij de implementatie van een nieuwe IHE-XDS infrastructuur binnen enkele minuten over scanbeelden beschikken van patiënten die door artsen van andere ziekenhuizen worden doorverwezen. Vroeger duurde dat enkele dagen.

 

Bart Vanhauten is een bestralingsarts van de afdeling Radiotherapie van het UMCG. Iedere week krijgt hij er drie nieuwe patiënten bij. Ze worden voor behandeling doorverwezen door de specialisten van het UMCG of door een medisch specialist van een ziekenhuis uit de regio.
 

“Onze afdeling,” vertelt Vanhauten,  “die sinds 2012 naast Groningen ook een vestiging heeft in Emmen, heeft te maken met 4200 tot 4500 nieuwe patiënten per jaar en dat aantal neemt alleen maar toe. Sommige patiënten, mannen met prostaatkanker bijvoorbeeld, moeten 35 keer bestraald worden. Dat is zeven weken lang iedere werkdag.” Hiermee geeft Vanhauten aan hoe belangrijk het is dat de behandeling van kankerpatiënten efficiënt en doelmatig gebeurt.

 

Post verleden tijd
Sinds kort zijn veel ziekenhuizen uit de regio, die patiënten doorverwijzen naar de afdeling Radiotherapie van het UMCG, samen met het UMCG aangesloten op een gezamenlijke IHE-XDS infrastructuur. Dat biedt veel voordelen volgens Vanhauten: “We hebben voor de radiotherapeutische behandeling onderzoeksgegevens nodig van de patiënten die naar ons worden doorverwezen, denk bijvoorbeeld aan pet-, ct- en mri-scans. De diagnosticerende ziekenhuizen uit de regio verstuurden deze gegevens vroeger - en dan heb ik het wat de meeste ziekenhuizen betreft over de periode van voor 2014 - op een cd-rom per post naar ons toe. Die gegevens moesten wij hier dan eerst inlezen en bestuderen, alvorens we een definitief behandelplan konden opstellen.”

Dat is gelukkig verleden tijd. Nu kan Vanhauten, na toestemming van de patiënt, de scanbeelden bekijken zodra het diagnosticerende ziekenhuis deze heeft klaargezet op de IHE-XDS-infrastructuur. Dat levert een aanzienlijke tijdwinst op. Vanhauten: “Nu kunnen we de beelden in principe binnen vijftien minuten na een verzoek aan de afdeling radiologie bekijken, vroeger duurde dat drie tot vijf dagen. Een patiënt kan nu binnen twee dagen worden opgeroepen voor een behandeling. Soms waren we ook nog eens uren bezig om een cd in te lezen. Het scheelt bovendien ongeveer duizend cd’s per jaar en dan heb ik het alleen nog maar over de patiënten die vanuit het Martini Ziekenhuis naar ons worden doorverwezen. Van patiënten van het Martini Ziekenhuis kunnen we overigens ook het medisch dossier opvragen via de IHE-XDS infrastructuur. Als de patiënt van dat ziekenhuis met spoed moet worden behandeld, bijvoorbeeld omdat een tumor op het ruggenmerg drukt en een volledige dwarslaesie kan veroorzaken, hebben we bij wijze van spreken zijn gegevens al bekeken voordat hij bij ons binnen is.”

Minder onregelmatigheden
Het gaat Vanhauten echter niet alleen om de tijdwinst, de behandeling wordt volgens hem een stuk efficiënter. “Een patiënt kreeg vroeger na oproep een voorlopige protocolcode omdat we volgens de normen op tijd met de behandeling moeten starten. Op basis daarvan kreeg de patiënt een intake gesprek en werd de behandeling voorbereid. Er moest bijvoorbeeld een masker gemaakt worden en de bestralingsintensiteit werd berekend. Als we dan nog niet de scans konden bekijken, omdat die nog met de post onderweg waren, kwam het nogal eens voor dat we na het bekijken van de beelden het behandelplan alsnog moesten wijzigen. Nu is het dankzij het werken met de IHE-XDS infrastructuur minder gedoe om de behandeldatum te halen. En daarmee neemt ook de kans op het maken van fouten af, want iedereen weet dat er onder tijdsdruk gemakkelijker onregelmatigheden kunnen voorkomen. Het verloopt nu allemaal vloeiender en de zorg wordt daarmee naar mijn idee veiliger.”

Het werken met de IHE-XDS infrastructuur is volgens Vanhauten voor niemand een probleem. “Er zijn vaste aanspreekpunten en de secretaresses vragen aan de ziekenhuizen of ze de beelden van een bepaalde patiënt klaar willen zetten. De implementatie is erg vlot verlopen.”

Treatment Planning Software
De verwijzende oncologen worden nog per brief over de resultaten van de behandeling van hun patiënt geïnformeerd. Dat komt volgens Vanhauten omdat die resultaten op de Treatment Planning Software (TPS) van het UMCG komen te staan en die kan niemand anders lezen. “Dat is stand-alone voor de radiotherapie,” zegt hij. “Ik kan geen plaatje van een behandelplan naar het Martini Ziekenhuis sturen omdat zij dat op hun eigen systeem niet kunnen bekijken.”

Protonenkliniek
Volgens Vanhauten wordt er al wel gekeken naar het uitwisselen van die informatie tussen verschillende radiotherapiecentra. Dat is nuttig omdat het UMCG een protonenkliniek bouwt en straks patiënten doorverwezen gaat krijgen van andere radiotherapiecentra die niet met protonenbestraling werken. Deze centra liggen niet alleen binnen de eigen regio, de patiënten kunnen ook van centra uit de rest van Nederland komen.

Binnen de regio is er al een samenwerking gestart tussen de radiotherapiecentra van het UMCG en die van Zwolle, Deventer en Leeuwarden. Daarbij is wat Vanhauten betreft niet de techniek de beperkende factor, maar de vraag: hoe gaan we dit organiseren? “Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld over de vraag in hoeverre de behandelende arts uit het verwijzende radiotherapiecentrum bij de behandeling betrokken blijft. Als we weten hoe we het gaan organiseren, waar welke verantwoordelijkheden liggen en hoe we data gaan uitwisselen, is het snel te realiseren. We verwachten dat uiterlijk eind 2017 de data-uitwisseling tussen de radiotherapiecentra binnen de regio functioneert.”