Michiel Sprenger: ´Het was en is mijn taak orde te brengen in de verwarde werkelijkheid´

Op 1 oktober gaat hij officieel met pensioen: Michiel Sprenger. Hij trekt zich terug uit zijn baan bij Nictiz en de detachering vanuit Nictiz naar de opleiding klinische informatica aan de TU/e. IHE praat met hem over zijn werkzame leven in de wereld van zorg en informatica.

 

Wanneer is jouw interesse ontstaan in de zorg?

¨Op mijn zeventiende ben ik in Amsterdam natuurkunde gaan studeren. Toen we onze specialisatie moesten kiezen, wilde ik iets in het medische veld doen. Het interesseerde mij, maar dat lukte niet. Ik kon geen plek vinden die mij beviel voor mijn doctoraal afstudeerwerk. Dus bleef ik in de ´harde´ natuurkunde en promoveerde in de vastestoffysica. Daarna ben ik acuut de medische wereld ingestapt.¨

Dus toch, hoe kwam dat zo?

¨In het VU Medisch Centrum werd toen (1985) beeldvorming met magnetische resonantie (MRI) geïntroduceerd, destijds een nieuwe techniek. Nederland had toen twee van deze scanners. De machines kostten destijds vier miljoen gulden per stuk, een hoop geld. Inmiddels staan er 250 in ons land.¨

Sprenger vervolgt: ¨Ook al was het een heel ander speelveld, zowel MRI als mijn werk in de vaste vastestoffysica gaan over magnetische resonantie. En zo kwam ik dus in de medische wereld terecht. Ik werd enorm gegrepen door de innovatie van MRI; we konden voor het eerst delen van het menselijk lichaam zien, die voorheen niet zichtbaar waren. Het was een opwindende tijd.¨

Hoe is het verder gegaan met je loopbaan?

¨Vrij snel werd mij gevraagd leidinggevende te worden op het gebied van klinische fysica en medische techniek. Het hele apparatenpark viel onder mijn beheer. Nieuw was, dat er klinische fysica - natuurkundigen met een klinische opdracht - werden benoemd. We praten nu over de begin jaren 90.¨

Hoe ben je in de informatica geraakt?

¨Dat was een logische vervolgstap. Achter al die medische apparatuur ´groeide´ snel een grote hoeveelheid informatiesystemen. De informatie uit de machines moest opgevangen en klinisch beschikbaar gesteld worden. Onder andere de digitalisering van de radiologie nam in die jaren een grote vlucht. In het VU waren we een van de voorlopers. Nu is er geen ziekenhuis meer die de radiologie niet digitaal heeft. Kortom, in die tijd kwam mijn interesse voor de informatica helemaal los.¨

In de jaren voor het millennium is er heel wat gebeurd op het gebied van digitalisering, zegt Sprenger. ¨Mijn afdeling is toen in belangrijke mate in de klinische informatica gegaan. Steeds meer apparaten moesten op het netwerk aangesloten worden. Samen met andere IT-systemen, zoals ZIS´en. Het werd steeds ingewikkelder. Ook het bewustzijn van EPD-systemen kwam naar boven. Het ging niet meer alleen over administratie. Het primaire proces achter computers werd steeds belangrijker voor artsen, verpleegkundigen, apothekers en noem maar op. In de 23 jaar dat ik bij het VU gewerkt heb, ben ik steeds meer de kant van de informatica opgeschoven.¨

Als we het over digitalisering hebben, dan komt ook IHE om de hoek kijken. Wanneer stuitte jij op deze´club´?

¨Al snel, op internationaal gebied. In het VU waren we, zoals gezegd, voorloper in het digitaliseren van de radiologie. De eerste openbare manifestaties van IHE waren op het RSNA-congres in Chicago, eind jaren 90. IHE zette een concept in de wereld, dat Integration Profile heet. Dat vonden wij in het VU buitengewoon interessant.¨

Sprenger vervolgt: ¨Vanuit het VU heb ik me al vrij snel gemengd in de discussie om IHE Nederland op te richten. Toen al zag ik het belang van een dergelijke organisatie. Het concept vind ik krachtig.¨

Wat is dat belang dan?

¨In de wereld van de standaarden zijn er twee dingen die interoperabiliteit in de weg staan. Ten eerste, er zijn te veel standaarden. Heeft organisatie 1 standaard A en organisatie 2 standaard B, dan is interoperabiliteit niet gegarandeerd. Ten tweede, de standaarden zelf zijn niet dichtgetimmerd; er is veel vrijheid in het gebruik ervan. Neem HL7. Het gebruik ervan, zegt niets. De vraag is: welke ´smaak´ gebruiken we? Hebben we het antwoord, dan nog zijn we er niet. Binnen het concept moeten namelijk nog allerlei zaken ontwikkeld worden. IHE zag het te veel aan ruimte door die vrijheid. IHE stelde Integration Profiles op om die vrijheidsgraden terug te brengen. Voor gestandaardiseerde stukjes klinische processen - use cases - werd een sluitende oplossing gevonden. Hoe? Door preciezer op te stellen welke standaard te gebruiken en op welke manier.¨

Sprenger: ¨Ook het totale mechanisme van testing is natuurlijk niet onbelangrijk. Op de Connectathons wordt daadwerkelijk bewezen, dat systemen met elkaar kunnen ´praten´.¨

Inmiddels leven we in 2018. Heeft IHE haar doelstelling bereikt?

¨Er is veel bereikt. Maar in sommige van de klinische specialisatiegebieden valt het enigszins tegen. Denk aan bijvoorbeeld cardiologie. Het heeft niet de verspreiding gekregen die IHE voor ogen had. In radiologie is het goed gelukt. Een apart domein, dat goed aanslaat is het IHE ITI (Infrastructure). Het is zo sterk, dat in het dagelijkse spraakgebruik in Nederland het begrip XDS en IHE door elkaar gebruikt worden. Onterecht, want XDS is niet meer en minder dan één van de honderd zoveel profielen die IHE voert. Het concept XDS van IHE is wel heel waardevol. In 2004 ben ik samen met Harm-Jan Wessels namens IHE Nederland en het VU naar Nictiz gegaan. Daar hebben we de waarde uitgelegd. Dat is wel gevallen, alhoewel men het niet acuut heeft overgenomen. De oude infrastructuur stond namelijk al een tijdje op de rails. ¨

Sprenger peinzend: ¨XDS maakt voor Nederland zeker wel een aantal zaken gemakkelijker. Massale infrastructuur interacties hoeven niet verzonnen te worden. Ze kunnen zo uit de kast gepakt worden. Maar de problemen die het LSP en AORTA hebben gehad, die komen we bij XDS ook tegen. ¨

Oh ja? Welke dan?

¨Denk aan patiënt toestemming. Hoe dit te regelen? De problemen liggen niet zozeer op het technische, maar op het politieke vlak. Ook merk ik, dat niet altijd voor iedereen duidelijk is wat XDS is. Men hoopt op een kant en klare oplossing. Het wijzen op de complexiteit ervan, kan mijns inziens beter. Nog te vaak hoor ik: ¨Hebben we XDS, dan komt alles goed! ´. Het antwoord is: ´Nee. Integendeel. Niets komt vanzelf goed, maar starten met XDS helpt erg.¨

Hij is een man van nuances, zegt Michiel Sprenger over zichzelf: ¨Ik vind het des te gevaarlijker om ook maar te suggereren, dat IHE dingen oplost. IHE lost niets op. IHE biedt input voor specificaties, maar die moeten dan nog wel in werkelijkheid worden omgezet. Zodanig, dat het systeem draait en voldoet aan wat clinici ermee willen. ¨

Je doelt nu op het zeslagenmodel, is het niet?

¨Dat klopt. Ik ben er een enorme voorvechter van. Tijdens mijn afscheid op 28 september jl. is het door mij geschreven rapport - op verzoek van Nictiz – gepresenteerd over wat er moet gebeuren om elektronische informatie zinvol in de markt te gebruiken. De titel is: elektronische informatie voor gezondheid en zorg, hoe worden we daar beter van?¨

¨Op dezelfde dag¨, zegt Michiel Sprenger ¨is er ook een grafische toolkit uitgekomen (red: website Nictiz, onderaan). Hiermee is het lagenmodel gemakkelijk over te nemen in bijvoorbeeld een PowerPointpresentatie.¨

Inmiddels is Nictiz al een paar keer genoemd. Wanneer ben je naar deze organisatie overgestapt en waarom?

¨Dat was in 2008. Mijn hele werkleven heb ik het als mijn taak gevoeld om te structureren. Orde aanbrengen in de verwarde werkelijkheid van digitalisering in de zorg. Een wereld waarin 20.000 partijen met elkaar aan het ´kakelen´ zijn. En waarin veel valse profeten rondlopen. Als fysicus heb ik geleerd hoe te structureren. Moeilijke problemen in deelproblemen opbreken. Zaken hanteerbaar te maken. Het zeslagenmodel is er een voorbeeld van; structuur aanbrengen in de uitermate verwarde werkelijkheid. Bij Nictiz kon ik verder met die structurering. Voor mij niet met als doel om een LSP te ontwikkelen. Maar met de taak hoe Nederland verder te helpen. Voorstellen doen voor bijvoorbeeld concensesprocessen, zoals de samenwerking van de regionale organisaties, die samen ontwikkelden in het Regionaal Architectuur Platform. Op verzoek van Nictiz en VWS ben ik ook Europa ingetrokken in met name de Europese Unie. Let wel, in Europa is de problematiek nog complexer: 28 landen, 28 talen, vier alfabetten en evenzoveel culturen.¨

Hoe blijf je dan toch het overzicht houden?

¨Die complexiteit vond ik juist leuk! Je moet je nooit laten afschrikken. En altijd blijven doorwerken.¨

Michiel Sprenger vertelt, dat hij de afgelopen tien jaar ook aan grensoverschrijdende gegevensuitwisseling heeft gewerkt. ¨Eind november gaan de eerste landen live. Een prachtig achievement! Ook hierbij gaat het niet alleen om techniek. Juist om cultuur, politiek en het verschil in zorgstelsels. Nederland volgt over twee tot drie jaar live. Wel al hebben de ziekenhuizen Saxenburgh Groep, Erasmus MC, Maastricht UMC+, ZorgSaam, Spaarne Gasthuis en VWS op 11 september jl. een Intentie tot Samenwerking ondertekend om het uitwisselen van gezondheidsgegevens tussen zorgprofessionals over de grens mogelijk te maken.¨

Een mooi resultaat. Wat is jouw top 3 van hoogtepunten in je loopbaan?

¨Ten eerste, aansluitend op het voorgaande, dat ik eraan bijgedragen heb om Nederland een gewaardeerde positie in het buitenland te geven. En ook, ondanks alle tegenwind, dat we nu binnenkort echt met gegevensuitwisseling in Europa aan de slag gaan.¨

¨Een tweede hoogtepunt? ¨ Michiel Sprenger denkt even na en zegt: ¨de oprichting van de opleiding klinische informatica aan de TU/e (2010), gestart door Guido Zonneveld en mijzelf. Het is een groot succes. Elk jaar hebben we weer de groep vol. Klinische Informatica begint nu echt een beroepsgroep te worden. Inmiddels lopen er 70 mensen rond in Nederland die de opleiding met succes gevolgd hebben.¨

Tot slot komt Michiel Sprenger nogmaals terug op ´het structureren´. Hij zegt: ¨Ik denk - maar dat is moeilijk te meten - dat het mij gelukt is, om meer orde en inzicht te creëren in de ontwikkeling van informatie-oplossingen in de zorg. Hierover gaat dus ook het genoemde boekje, dat binnenkort uitkomt.¨

Nog even terug naar IHE. Op 2 november vindt het Jaarcongres plaats, samen met RSO Nederland. Het thema is: de veranderende rol van patiënt en zorgverlener. Wat kun jij hierover zeggen?

¨Het is een beweging, die er zonder IT ook zou moeten zijn. Burgers zijn minder slaafs in het accepteren van wat een deskundige zegt. Zij willen voor hun zorgbelangen opkomen. Maar zonder digitalisering en netwerken is dit ondenkbaar. Alleen hiermee kunnen patiënten over hun gegevens beschikken, en volwaardig partner in het proces worden.¨

Hoe ver zijn we in Nederland met digitalisering in de zorg?

¨Het is een hele lange weg. Veel landen denken dat het een vereiste is om eerst een infrastructuur te hebben, alvorens na te denken over betere communicatie in de zorg. In Nederland heeft die infrastructuur een knauw gehad omdat in 2011 een stuk wetgeving is verworpen. We hebben hierdoor geen eenduidig infrastructuurbeleid. Wel veel eilanden. Een LSP voor twee uses cases. En een heleboel initiatieven die met behulp van XDS voornamelijk beelden uitwisselen, alsook wat experimenten om verder te gaan dan alleen beelden. Vele ´werelden´ dus. Allen zijn we ervan overtuigd, dat die infrastructuren op elkaar aangesloten moeten worden. Dat is niet hetzelfde als één infrastructuur. Ik geloof niet in het model van één XDS-oplossing voor heel Nederland. Of het LSP uitbreiden totdat alle uses cases gedekt zijn. Die tijd is geweest. We hebben definitief - en terecht - in regio´s XDS-oplossingen staan. De eerste lijn heeft een LSP. Het is bittere noodzaak om deze systemen aan elkaar te koppelen.¨

Sprenger vervolgt: ¨Nederland heeft niet stilgestaan omdat die koppelingen er niet waren. Daar ben ik blij om. We hebben de laatste zeven jaar doorgeklust. En we hebben een thema opgepakt, dat veel te vaak bleef liggen: de inhoud van informatie. Een van mijn aandachtsgebieden. We hebben het veel gehad over interoperabiliteit, specifiek over het mechanisme. Hoe krijg hij het voor de neus van de ander? Maar het gaat ook over het wat. Kan hij het in zijn omgeving binnenbrengen en begrijpen? Moet er iets door de lucht vliegen van organisatie A naar B, ieder met verschillende software, dan snapt een kind dat standaardiseren noodzakelijk is. Niemand heeft het echter de laatste dertig jaar aangedurfd te zeggen: ´Als wij niet harmoniseren, wat er binnen de instellingen zit, dan gaat interoperabiliteit om heel andere redenen ook niet vliegen. De informatie komt wel aan de overkant. Maar zinvol verwerken lukt niet´.¨

Heb je het nu over eenheid van taal?

¨Precies, daar heb ik het over. Bij Nictiz is dit een ´zwaar´ thema geworden. Daar ben ik blij om.¨

Officieel ga je per 1 oktober met pensioen. Heb je er zin in?

¨Ja!¨, zegt Michiel Sprenger volmondig. ¨

Wat zijn je plannen?

¨Ik neem afscheid van Nictiz en de TU/e. De banen stoppen. Ik heb de behoefte om mijn agenda weer zelf in de hand te hebben. Ruimte maken voor andere dingen. Ik heb bijvoorbeeld veel interesse in de Spaanse taal en cultuur. Daar wil ik meer mee. Duurzaamheid heeft ook mijn interesse.¨

Dus met digitalisering in de zorg stop je?

¨Nee, niet helemaal. Ik ben bereid om afgebakende klusjes te doen als zzp´er, waarvoor typisch mijn kennis en ervaring nodig zijn. Op verzoek overigens.¨

Tot slot benadrukt Michiel Sprenger: ¨Ik ga echt voor mezelf kiezen. Voor dingen die leuk en overzichtelijk zijn, afgesloten in de tijd. Maar niet de eerste paar maanden. Ik moet de nieuwe werkelijkheid eerst even tot mezelf door laten dringen.¨