NVKI: ´Voor interoperabiliteit is meer nodig dan alleen wet- en regelgeving´

Op 20 juni aanstaande is het de tiende keer dat informatie- en ICT-architecten uit allerlei geledingen van de zorg bij elkaar komen op het event Architectuur in de Zorg. Dit jaar gehouden in Burgers´s Zoo. In aanloop naar het congres spreken we met Marjolijn Elsinga. Ze is klinisch informaticus bij het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Informatica (NVKI), één van de organisatoren van het congres.

De NVKI bestaat sinds oktober 2015, opgericht vanuit de opleiding Klinische Informatica van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). ¨Destijds stelden de ziekenhuizen aan de universiteit de vraag om mensen op te leiden die snappen hoe ict´ers werken en denken, én kunnen praten met zorgprofessionals. Het gat tussen gebruikers en beheerders van informatiesystemen was groot. Op initiatief van Michiel Sprenger is in 2010 genoemde opleiding in het leven geroepen. Vanaf die tijd kwamen er steeds meer opgeleide klinisch informatici. De behoefte elkaar ook na de opleiding te spreken en zich te blijven ontwikkelen, resulteerde in de oprichting van de NVKI¨, aldus Marjolijn Elsinga.

Marjolijn Elsinga

Marjolijn Elsinga

Diepgang

Naast GS1 Nederland, HL7 Nederland, IHE Nederland, NAF en Nictiz is de NVKI dit jaar voor de eerste keer medeorganisator van het congres Architectuur in de Zorg. Elsinga: ¨De tijd is er rijp voor. Intern hebben we alles op orde. Nu kunnen we ons richten op bekendheid naar buiten. Daarom waren we prominent aanwezig op de beurs Zorg & ICT van dit jaar, en organiseren we nu met genoemde partijen het congres Architectuur in de Zorg. De vlakken ict en zorg komen in beide congressen bijeen. Op Zorg & ICT bestaat het programma veelal uit praktijkverhalen, Architectuur en Zorg gaat echter dieper in op de architectuur; standaarden, modellen et cetera. Bovendien is dit congres kleinschaliger. Aanwezigen kennen elkaar beter en is er meer ruimte om met architecten van ziekenhuizen te praten.¨

Ontwikkelingen

Op de vraag wat de meest relevante ontwikkelingen zijn op het gebied van architectuur in de zorg, zegt Marjolijn Elsinga: ¨Voorheen werd de architectuur vooral voor het ziekenhuis zelf gedaan, eventueel met een regio-organisatie eromheen. Nu wordt er steeds meer gestuurd op landelijke uitwisseling. Neem het door de overheid gesubsidieerde Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt & Professional (VIPP). Of de Ziekenhuis Referentie Architectuur (ZiRA), een verzameling van modellen voor het inrichten van de organisatie en informatievoorziening van Nederlandse ziekenhuizen. Daarnaast wordt er op grote schaal gekeken naar standaarden, zoals Fast Healthcare Interoperability Resources (FHIR). Hoe maken we informatie uit verschillende systemen toegankelijk?¨

Vijflagenmodel

Het is goed dat de overheid aandacht heeft voor het interoperabiliteitsvraagstuk in de zorg, zegt Elsinga. Want: dan is er ook geld en ruimte voor. ¨Maar daarmee wordt het probleem tegelijkertijd een beetje ´platgeslagen´. De overheid richt zich vooral op de onderste, technische laag van het vijflagenmodel en minder op de afspraken, processen en interpretatie van informatie. Ze maakt direct de stap naar wet- en regelgeving: ´Het moet kunnen. Dit is de standaard die we gebruiken´. Maar wordt dan informatie, verzonden over de snelweg, aan de andere kant juist ontvangen en geïmplementeerd? Dat is niet geborgd. Het blijft dan nog steeds het aandachtsgebied voor architecten en klinisch informatici in ziekenhuizen. Kortom, er is meer nodig dan alleen wet- en regelgeving - zoals het model ook aangeeft - om daadwerkelijk informatie uit te kunnen wisselen. En daarnaast moeten mensen het model kennen en accepteren.¨

Praktijk

Dat ´samen´ geldt ook voor de samenwerking van NVKI met het Informatieberaad. Elsinga: ¨Ook met hen heeft de NVKI dit jaar contact gezocht. We zeggen niet alleen ´Hier gaat het niet goed´, maar we bieden ook onze hulp en expertise aan. Uiteraard is dit deels uit eigenbelang. We hopen met de samenwerkingsverbanden problemen op te kunnen lossen die klinisch informatici in ziekenhuizen dagelijks tegenkomen.¨

Zo ook in het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie, waar Marjolijn Elsinga werkt. ¨Het ziekenhuis is vorig jaar geopend. Gefuseerd uit zeven academische centra met kinderoncologie afdelingen. ¨Ons centrum in Utrecht is eindverantwoordelijk voor de totale zorg aan de patiënt, ook al wordt de behandeling soms deels op locatie - middels shared care centra -  uitgevoerd. Een goede landelijke informatiestructuur is daarom belangrijk voor ons. Ook omdat we naast een ziekenhuis een research centrum zijn. Alle landelijk verkregen informatie om te leren van onze patiënten moet in het onderzoek ingezet kunnen worden. Belangrijk om de overlevingskansen van kinderen met kanker te kunnen verhogen.¨

¨Maar¨, vervolgt Elsinga ¨ik geloof niet in één structuur. We moeten veel meer kijken naar een gedeelde visie op het proces van waaruit we willen werken. Welke informatie gaat op welk moment van het proces over ´de lijn´? Daar gaat het om. Niet om één technische mogelijkheid op het gebied van interoperabiliteit, maar een op maat gemaakte.¨

Programma

Zijn er nog onderdelen van het programma Architectuur in de Zorg die eruit springen? Marjolijn Elsinga: ¨Er is niet één type klinisch informaticus. De één richt zich meer op consultancy, de ander op het proces of de techniek. Het programma van het Architectuur in de Zorg is zo samengesteld, dat elk type klinisch informaticus ´de andere kant´ kan vinden. Die gebieden waar hij of zij niet dagelijks mee bezig is. Kortom, het congres geeft de klinisch informaticus de mogelijkheid om zich op alle lagen te blijven ontwikkelen.¨

----

Lees nu alles over het programma van Architectuur in de Zorg.

Registreer je nu voor Architectuur in de Zorg